Wim van den Berg

Piet Valkenburg, archivaris van Vereniging Oud-Scherpenzeel, heeft een aantal jaren geleden onderzoek naar de Spaanse griep in Scherpenzeel gedaan toen hij tijdens stamboomonderzoek stuitte op een tragedie in zijn familie. Brand Valkenburg, die in 1850 is geboren, en zijn echtgenote Anna Wagensveld verliezen in enkele maanden vijf kleinkinderen en een schoondochter. Hermanus Valkenburg, zoon van Brand en Anna, werkt net als een groot deel van de familie Valkenburg bij Stoomweverij 'De Driekleur'. Zijn echtgenote is Margaretha Smith met wie hij in 1904 is getrouwd. In het laatste jaar van de Eerste-Wereldoorlog slaat 'het noodlot' toe. De vierde zoon van Hermanus en Margaretha overlijdt op éénjarige leeftijd, op 3 november 1918. Zijn moeder bevalt op die zelfde dag van een kind dat direct na de geboorte overlijdt. Zeventien dagen later overkomt moeder Margaretha hetzelfde. In het gezin van Anna van Hemert, een dochter van Brand Valkenburg, speelt zich hetzelfde jaar ook een drama af. Zoon Willem van 4 jaar overlijdt op 18 april 1918, terwijl zijn zusje Anna tijdens haar eerste levensjaar een paar weken eerder is gestorven. En dat betekent zes sterfgevallen in korte tijd in de familie Valkenburg.

[SPAANSE GRIEP] Deze overlijdensgevallen zijn te wijten aan de Spaanse griep, de epidemie die niet alleen Nederland, maar in de gehele wereld tijdens de laatste maanden van de Eerste-Wereldoorlog rondwaart en is uitgegroeid tot een pandemie. De ziekte is onbekend en maakt snel veel slachtoffers.

Aanvankelijk gaat het gerucht dat de Duitsers een nieuw chemisch wapen in de strijd tegen de geallieerden inzetten. Kort voor de uitbraak van de Spaanse griep gebruiken zij in 1917 een middel bij het Belgische Ieper: mosterdgas. Pas eind mei 1918 verschijnen de eerste berichten over de vreemde, onbekende ziekte. 'Den 28sten Mei bereikte ons uit Spanje het bericht dat daar een geheimzinnige ziekte was uitgebroken, die snel om zich heen greep, in alle kringen zijn intrede deed, zoodat ook de koning en verschillende ministers door de kwaal werden aangegrepen en dus zich in de eerste oogenblikken als zeer ernstig deed aanzien.'

[UITBRAAK IN LEGERKAMP] Vanwege het grote aantal ziektegevallen in Spanje, lijkt het erop dat de dodelijke griep daar is ontstaan.

In de kranten is er nauwelijks aandacht voor. Zij berichten vooral over de zware gevechten aan het front. Die vreemde Spaanse ziekte verspreidt zich bliksemsnel. In korte tijd zijn acht miljoen Spanjaarden door de griep geveld en de ziekte eist in Spanje in tien dagen zevenhonderd levens. De Spaanse griep komt echter van oorsprong niet uit Spanje. De eerste uitbraak vindt al in 1917 in een legerkamp in Frankrijk plaats. Daar hebben Amerikaanse militairen het virus mogelijk vanuit Amerika meegenomen.

Door de omstandigheden in het kamp in de Eerste-Wereldoorlog kan het virus zich snel verspreiden. Miljoenen dicht opeengepakte geestelijk en lichamelijke sterk verzwakte militairen met geïrriteerde luchtwegen (onder andere vanwege het in aanraking komen met gifgassen) zijn een ideale voedingsbodem voor het griepvirus. De eerste golf ebt eind augustus 1918 overal weg, om in oktober opnieuw met verhevigde kracht toe te slaan.

[STERFTECIJFERS] De dodelijke golf overspoelt ook Nederland. Een krantenbericht op 15 oktober 1918: 'Naar wij van geneeskundige zijde vernemen is de tweede epidemie van de Spaansche ziekte in de hoofdstad van veel ernstiger aard dan de vorige maal…Een zeer ongunstig verschijnsel is het, dat ernstige gevallen van longontsteking nu in veel grootere mate dan in Augustus voorkomen. Zoo hebben gisteren 14 oktober alle auto's van de Geneeskundige Dienst den geheelen avond gereden voor het vervoer van lijders aan longontsteking naar de ziekenhuizen…'

De sterftecijfers zijn uitzonderlijk hoog. Naar schatting lopen meer dan een half miljard mensen de ziekte op, van wie er tussen de twintig- en veertigmiljoen overlijden. De Spaanse griep zorgt onder de Amerikaanse militairen voor evenveel slachtoffers als het oorlogsgeweld van de Eerste-Wereldoorlog. Vooral personen tussen de twintig en veertig jaar zijn het slachtoffer van de Spaanse griep. In Nederland sterven in 1918 in enkele maanden tijd 28.000 mensen aan de Spaanse griep. In Scherpenzeel valt het aantal sterfgevallen relatief gezien mee. Cornelis Valkenburg, mede-eigenaar van C&S Valkenburg in die tijd, overleeft de Spaanse griep, maar krijgt een hersenvliesontsteking en raakt hierdoor gehandicapt. Dat het aantal overledenen relatief meevalt in Scherpenzeel is mogelijk te danken aan het agrarische karakter van ons dorp. Mensen wonen niet dicht op elkaar, terwijl de woonomstandigheden redelijk goed te noemen zijn. Dat zijn geen ideale omstandigheden voor een griepvirus.