Gemobiliseerde militairen op Klein Schaik.
Gemobiliseerde militairen op Klein Schaik. Collectie Oud-Scherpenzeel

[Op weg] naar 75 jaar Bevrijding

De mobilisatie in Scherpenzeel

3 februari 2020 om 11:21

Op 24 augustus 1939 kondigt de Nederlandse regering de voormobilisatie af. De spanning in Europa neemt steeds verder toe. Hitler staat op het punt Polen binnen te vallen. Duizenden mannen worden onder de wapenen geroepen. Een week later vertrekken de gemobiliseerde militairen naar hun uiteindelijke bestemming. Vanuit Scherpenzeel gaan jonge mannen op pad naar hun mobilisatiebestemming elders in het land. Uit het westen reizen soldaten in de nacht van 31 augustus op 1 september per trein naar station Woudenberg-Scherpenzeel. Daar komen ze in de vroege ochtend van zaterdag 1 september aan. Het lijkt wel een invasie, zoveel soldaten zijn er in de Dorpsstraat. Maar het zijn niet alleen mensen die in Scherpenzeel aankomen. Er zijn ook veel paarden die bij de boeren worden gestald. Aan het eind van de middag en in de avond die dag komen de meeste militairen op een voorlopig inkwartieringsadres aan. De volgende dag trekken allerlei legervoertuigen die per trein zijn aangevoerd door het dorp. Veel soldaten komen uit Rotterdam en omgeving. Het is van beide kanten wel even wennen: de soldaten zijn vooral stedelingen die niet gewend zijn aan het leven op het platteland en de bevolking hier vindt het taaltje van de westerlingen maar vreemd klinken. De militairen worden in groepen vooral op boerderijen in en buiten het dorp ondergebracht. Op Ebbenhorst zijn drieëndertig militairen, bij Hooijer op het Oosteinde mopperen de soldaten over de vliegen en de agrarische geur van de koeien waarboven ze slapen. Ook op Klein Orel, Klein Schaik en in de Eierhal verblijven militairen, net als in de schuur bij melkboer Marinus Blanken in de Dorpsstraat. De scholen herbergen eveneens groepen soldaten. Op het schoolplein van de Holevoetschool staat een houten keet die dienst doet als keuken. Bij Van de Vliert op Veelust kunnen de soldaten voor drie cent gekookte eieren kopen. Op verschillende adressen in het dorp schenken burgers koffie voor de soldaten. In 1939 telt Scherpenzeel ongeveer drieduizend inwoners. De ongeveer 3000 militairen drukken een stempel op het dagelijks leven. De kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde kerk stelt 'Het lokaal' beschikbaar als christelijk militair tehuis. Naast de Hertog van Gelre is een bioscoop voor de gemobiliseerde soldaten. En in november 1939 zet circus Kronenburg zijn tenten op aan de Smidssteeg. Aan de Holevoet is een oliebollenkraam ingericht aan het eind van het jaar.

STELLINGBOUW In Scherpenzeel is op de hoek van de Eikenlaan-Willaerlaan een uitkijkboom met daarin een wachtpost. Naast wachtlopen, exerceren en oefenen zijn de militairen bezig stellingen te bouwen. Niet alleen loopgraven, maar ook anti-tankgrachten, hindernissen, groepsschuilplaatsen, munitiedepots en uitkijkposten worden gerealiseerd. Machines zijn er niet, zodat het graafwerk met de schop gebeurt. In november 1939 wordt er alarm geslagen, Hitler wil Nederland aanvallen. De verdedigingswerken zijn allesbehalve gereed. De aanval blijft uit in november. Daarna zetten de militairen meer vaart achter de bouw van de stellingen.

DE INUNDATIE De soldaten hebben zich hier nog maar net gevestigd als de opdracht komt het gebied ten oosten van de Grebbelinie te inunderen. Dwars op de Grebbelinie zijn in het verleden keerkades aangelegd waardoor er als het ware tussen deze kades kommen zijn gevormd die onder water gezet kunnen worden om de vijand vanuit het oosten tegen te houden. De Lambalgerkeerkade doet in 1940 geen dienst. De stuw bij Lambalgen is in 1865 verwijderd en verplaatst naar de Pothbrug. De weg van Scherpenzeel naar Woudenberg fungeert daarna als keerkade. Het gevolg van de verplaatsing van de stuw is een te lage waterstand in de omgeving van de Broekerbrug. Om de gevolgen hiervan op te vangen wordt een tankgracht aangelegd. De boeren die in de kommen wonen, moeten evacueren. Dat is nogal wat, want behalve huisraad moet ook het vee weg. Om schootsveld te verkrijgen worden bomen gekapt en boerderijen opgeblazen. De stuwbalken in het Valleikanaal worden gesloten en het water begint langzaam te stijgen.

De eerste kom die wordt geïnundeerd ligt bij Leusden, het is dan 8 september 1939. De andere kommen volgen kort hierna. In december 1939 gaat het vriezen. De winter van 1939-1940 is bijzonder streng en duurt drie maanden, de gemiddelde temperatuur is tien graden onder nul. De bevroren geïnundeerde gebieden bieden de vijand de gelegenheid over het ijs verder te trekken. Daarom worden er op tal van plaatsen ijsblokken gehakt en gezaagd die als barrière worden opgeworpen. Als de dooi in het voorjaar invalt, wordt de stellingbouw hervat. Een aanval op ons land zal niet lang meer uitblijven.