Ik denk dat we ons gelukkig kunnen prijzen dat we zo midden in het groen wonen.
Ik denk dat we ons gelukkig kunnen prijzen dat we zo midden in het groen wonen. Ronald Machielse
COLUMN

Natuur stopt niet bij het bordje bebouwde kom

14 juli 2024 om 15:23 Column

SCHERPENZEEL Afgelopen week waren er twee journalisten van Omroep Gelderland in het dorp onder het thema: ‘effen buurten’. Zij waren de hele week in ons dorp om uit te vinden waarom het nou zo prettig wonen is in Scherpenzeel. Zelf ben ik daar ook eens over na gaan denken. Ik denk dat we het collectief wel eens zijn dat wij ons gelukkig kunnen prijzen dat we zo midden in het groen wonen. Het is ook niet voor niets dat die journalisten als één van de eersten een interview met Jan Boertjes, ‘Jan de Bomenman’, van de gemeente hielden. Jan is de architect achter al dat prachtige groen in het dorp. Hij heeft dat prachtig verwoord aan die provinciale rakkers van de omroep.

Het is niet alleen bij het Zwarte Land II dat die natuur ook doorloopt na het bordje van de bebouwde kom. Zelf woon ik aan de Noordkant van Scherpenzeel, vlak bij de rondweg. Tegen de rondweg aan vangt de gemeente al het drainagewater van het dorp op in een verder niet gecultiveerde ‘waterpartij’. De natuur laat zich niet stoppen door een rondweg tussen het bosgebied ten noorden en de bebouwing aan de zuidkant van het water. Er is een soort van eilandje bij mij in de buurt waar ik de meest uiteenlopende vogels zie. Van reigers, eenden en ganzen tot scholeksters en aalscholvers. Gisteren zag ik er nog een ringslang van goed een meter zwemmen en afgelopen najaar had een visser een enorme snoek gevangen. Dat allemaal gewoon tegen de rondweg aan en in de bebouwde kom.

Die scholeksters zijn er overigens ieder jaar een maand of drie. Ze broeden dan precies op het dak van mijn appartement. Complimenten ook voor de beheerders van het gras van Valleivogels wat er het jaar rond altijd fantastisch mooi bij ligt. Mijn scholekstertjes en nog vele andere vogels maken daar heel dankbaar gebruik van om te foerageren. Mijn vogels maken wel ontzettend veel herrie als ze er zijn, met een heel schel en hoog geluid. Een aantal bewoners in het appartementencomplex ergert zich daaraan, maar dan denk ik: laat gaan, want wat ga je ze missen als ze er niet meer zijn.

Wat ik niet wil laten gaan, is mensen die brood of andere etenswaar aan de kanten en randen van het water neerleggen. Die vogels eten dat echt niet in de zomer en het trekt alleen maar beesten als ratten en muizen aan, die je liever niet zo dicht bij de bebouwing hebt. En als ook de ratten het laten liggen, gaat het schimmelen en we lopen er ook met onze hondjes die er ziek van worden. Terwijl voor ons appartementencomplex permanent een groene, niet afgesloten container staat. Gooi alsjeblieft etenswaar daarin!

Ik ben niet de enige die van de natuur zo dicht bij huis kan genieten. Een aantal kids uit de buurt heeft in de struiken een hut gebouwd. Ze zullen ongetwijfeld wel wat schade gemaakt hebben aan de plantjes en struiken, maar dan denk ik ook, laat gaan. Die natuur herstelt zich wel weer. Ik kan ervan genieten als die kinderen zo bezig zijn. Dat is toch veel beter voor ze dan dat ze de hele middag met hun tablet bezig geweest waren. Ongetwijfeld zal er een regel in een APV staan dat het niet mag, maar ook daarom ben ik blij dat ik in Scherpenzeel woon en dat er geen BOA komt om het die kinderen te verbieden.

De kanten van het water zijn behoorlijk schuin en niet echt gemakkelijk om over te lopen. Van al weer een heel aantal jaar geleden kan ik me herinneren dat een aantal bewoners met eigen middelen een vlondertje/steigertje gebouwd had om te vissen. Er was absoluut geen schade aan kanten of beschoeiing, maar toch ging de gemeente toen op haar strepen staan en moest het vlondertje afgebroken worden. Toen dacht ik ook, had maar laten gaan. Die mensen doen toch niks echt verkeerds en willen alleen genieten van dat beetje natuur dat zo dicht bij hun huis komt. 

Aan de andere kant begrijp ik Maarten Zwankhuizen en collega’s ook wel. Nu zag ik een ringslang en die is volgens mij niet beschermd, maar als ik morgen de groen-gele kikvorsmandril zou zien en fotograferen, dan mag de gemeente de aankomende jaren het vergaarbekken voor ons drainagewater niet meer baggeren en dat kan natuurlijk ook weer niet. En al ben ik klimaatburgemeester, ook in die situatie denk ik, laat gaan en zet niet zo’n eventueel zeldzaam beest in om natuur binnen de bebouwde kom te beschermen. In mijn jeugd gingen we ook vaak hutten bouwen, maar als de gemeente wilde baggeren, dan gebeurde dat gewoon. De natuur kon zich altijd weer verrassend snel herstellen.

Als ik Jan, onze bomenman, goed begrepen heb is dat ook beleid van de gemeente. Af en toe, weloverwogen beplanten, maar verder de natuur zijn gang laten gaan. Het devies voor een mooi groen Scherpenzeel, ook binnen de bebouwde kom.

Nog even voor de mogelijk verontruste moeders van de huttenbouwers, een ringslang is niet giftig en is ongevaarlijk. Ze zien er best wel eng uit met een echt slangentongetje en schubben, maar zelfs als ze gevangen zijn, bijten ze niet. Ik zou ze overigens maar niet vangen, want ze kunnen wel een heel stinkend goedje afscheiden wat je nog dagen blijft ruiken.

Ronald Machielse

Klimaatburgemeester