Veteranen Robbie Hall (103 jaar) uit het Verenigd Koninkrijk en Johan Geneuglijk (105 jaar) uit Scherpenzeel ontsteken samen met burgemeester Floor Vermeulen het bevrijdingsvuur tijdens de bevrijdingsvuurceremonie.
Veteranen Robbie Hall (103 jaar) uit het Verenigd Koninkrijk en Johan Geneuglijk (105 jaar) uit Scherpenzeel ontsteken samen met burgemeester Floor Vermeulen het bevrijdingsvuur tijdens de bevrijdingsvuurceremonie. Vincent Jannink / anp

Johan Geneuglijk (105) laatste overlevende Slag in de Javazee: ‘Het was hier ieder voor zich en God voor allen’

6 mei 2026 om 13:16 Regio

SCHERPENZEEL De 105-jarige Johan Geneuglijk uit Scherpenzeel was in de nacht van maandag op dinsdag aanwezig bij het aansteken van het Nationaal Bevrijdingsvuur in Wageningen. Daarmee gaf burgemeester van Wageningen Floor Vermeulen het officiële startsein voor de viering van 5 mei. Geneuglijk is de laatste overlevende van de Slag in de Javazee. Een interview.

De plechtigheid vond plaats op het plein voor Hotel De Wereld, de historische plek waar in 1945 werd onderhandeld over de Duitse capitulatie. De heer Geneuglijk was daar samen met de 103-jarige Robbie Hall uit het Verenigd Koninkrijk en enkele andere Tweede Wereldoorlog-veteranen.

De heer Geneuglijk behoort tot een groep nog levende veteranen die deze week in Wageningen te gast waren. Hij woonde samen met de overige aanwezigen, onder wie vertegenwoordigers van het herdenkingscomité Wageningen45, de ceremonie bij. Hieronder een uitgebreid interview met de 105-jarige veteraan.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Veteranen Robbie Hall (103 jaar) uit het Verenigd Koninkrijk en Johan Geneuglijk (105 jaar) uit Scherpenzeel ontsteken samen met burgemeester Floor Vermeulen het bevrijdingsvuur tijdens de bevrijdingsvuurceremonie. - Vincent Jannink / anp

LAATSTE OVERLEVENDE SLAG IN DE JAVAZEE

Zijn tijd bij de marine is in zijn geheugen gegraveerd. Ook ruim tachtig jaar na dato somt Johan Geneuglijk zijn vele belevenissen moeiteloos op. Zoals de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, waarvan de Scherpenzeler de laatste Nederlandse overlevende is.

De tranen schieten hem meteen in de ogen als de voor de geallieerden dramatisch verlopen zeeslag ter sprake komt. ,,Laten we het daar maar niet over hebben, dat verhaal heb ik al zo vaak verteld. En het doet me ook zoveel pijn. ‘s Nachts lig ik vaak wakker. Dan borrelt de ellende van de oorlog weer op.”

Het grootste trauma uit de eeuw van Geneuglijk wordt even geparkeerd. Eerst naar het begin van zijn lange leven, dat teruggaat tot 1920. ,,Ik ben geboren in Rotterdam en wilde graag naar zee. Of naar de koopvaardij, of naar de marine. Ik koos het laatste. Daar heb ik nooit spijt van gehad. De marine bracht me wat ik in de burgermaatschappij nooit had bereikt. Je schip voelt als je thuis, de bemanning als je vrienden.”

ZESTIENDE

Op zijn zestiende monsterde de jonge Johan aan. Na een diensttijd op een mijnveger en de Hr.Ms. Van Ghent volgde overplaatsing op een andere torpedobootjager, de Witte de With. Daarmee zou de Scherpenzeler de oorlog met Japan ingaan. ,,Een bemanning van 150 koppen en vier 120 mm kanonnen. Ik zat als matroos bij de onderhoudsploeg op het schip. Mei 1939 voeren we naar Nederlands-Indië. Je had toen nauwelijks contact met Nederland.”

De Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 zette ‘alles op zijn kop’. ,,Toen wisten we dat Nederlands-Indië ook aan de beurt zou komen, vanwege onze waardevolle olievelden. De Jappen hadden een ontzagwekkend oorlogsmachinerie. Veel beter en veel meer dan wij, met onze bondgenoten samen. En op militair terrein wisten ze alles van ons.”

KORTENAER

In de Slag in de Javazee vocht een gecombineerd Australisch-Brits-Nederlands-Amerikaans eskader tegen een Japanse invasievloot die opstoomde naar Java. ,,De onderlinge samenwerking was niet goed. We spraken elkaars taal niet en hadden nog nooit samen geoefend. Elke marine heeft zijn eigen cultuur en protocollen. Over het optreden van onze vlootcommandant Karel Doorman kan ik niets zeggen. Ik kan niet oordelen over zijn deskundigheid. Ik heb de schout-bij-nacht nooit ontmoet.”

Ook de Japanse tegenstanders zag hij niet. ,,Hun schepen lagen achter de horizon. Je zag alleen een oranje vuurgloed van het mondingsvuur aan de donkere hemel. Hun zwaardere geschut en hun torpedo’s reikten verder dan de onze, al ontliepen beide partijen elkaar niet veel in numerieke sterkte.”

De Hr.Ms. Kortenaer voer net achter de Witte de With. ,,De eerste salvo’s vernietigden onze masten. Daarom gooide onze fantastische commandant scherp het roer om. Alles wat los zat ging overboord, inclusief twee dieptebommen die onze schroef beschadigden. Tegelijk betekende die manoeuvre onze redding, want zo misten we een torpedo. Een andere trof helaas de Kortenaer.”

Het zinken van die torpedobootjager grijpt hem het meeste aan. ,,Als aan het dek genageld bleef ik kijken. Een afschuwelijk tafereel. Het schip brak in tweeën en tientallen jongens verdronken voor mijn ogen. Terwijl wij doorvoeren. De wet van de zee bepaalt dat je drenkelingen oppikt. Maar het was hier ieder voor zich en God voor allen.”

(de tekst gaat onder de foto verder)


hr.Ms. Witte de With rond 1935 in de haven van Den Helder. - Koninklijke Marine

De verloren zeeslag zat erop voor de Witte de With. ,,Mijn schip had averij opgelopen door die dieptebom en moest uit de strijd worden genomen. We kregen opdracht de Britse zware kruiser HMS Exeter – met een voltreffer in het ketelhuis – naar Soerabaja te escorteren. Daar kwamen we veilig aan. Op 2 maart bombardeerden de Japanners Soerabaja, waarbij het voorschip van de Witte de With aan flarden ging. Tijdens dat hevige bombardement zaten we in een tijdelijke schuilkelder. Maar ons schip was uit de vaart.”

HOGE PRIJS

De prijs was hoog voor de geallieerden. De Eerste Slag in de Javazee kostte 2.300 mensenlevens, inclusief de daaropvolgende twee zeeslagen in de Straat van Soenda en in de Javazee. Aan Nederlandse zijden vielen negenhonderd slachtoffers, aan Japanse zijde ‘slechts’ tien. Twee Nederlandse kruisers en één torpedobootjager zonken (totaal tien geallieerde schepen). Aan Japanse kant vergingen vier transportschepen en raakte één torpedobootjager beschadigd. 

,,Het was chaos. Verbindingen lagen eruit. De marine had opgehouden te bestaan. Als bemanning zwierven we rond, op zoek naar een veilig heenkomen. Uiteindelijk viel het KNIL ons op en bracht ons naar de haven van Tjilatjap op Java. Daar konden we aan boord van een Amerikaans schip, dat ons naar Australië evacueerde.”

Tot oktober 1944 diende Geneuglijk op de Hr.Ms. Tromp bij de omvangrijke Britse Eastern Fleet. ,,We vielen door de Japanners bezette eilanden aan, waaronder ook die van Nederlands-Indië. Ik kreeg een walfunctie in Engeland op de loonadministratie. Heel wat anders! Daar beleefde ik het einde van de oorlog.” 

KROKODIL

Zijn carrière bij de marine bleef. In 1951 trouwde Johan met Nel (92) uit Loosdrecht ,,Ik werd gestationeerd op de Hr.Ms. Jacob van Heemskerk. Anderhalf jaar heb ik in Nieuw-Guinea gediend in de jaren vijftig. Daar at ik eens krokodil en slang. Niet lekker trouwens!”

Augustus 1972 volgde eervol ontslag voor de luitenant-ter-zee tweede klasse. ,,We wilden naar het rustige platteland verhuizen. Door een vakantie in Renswoude kwamen we daar terecht. Later naar Woudenberg. Na 25 jaar weer terug naar Renswoude. Eind 2022 trokken we in een zorgappartement in het Huis in de Wei in Scherpenzeel. De zee? Die mis ik niet meer hoor. Het leven is hier goed.”


- Vincent Jannink / anp

Veteranen Robbie Hall (103 jaar) uit het Verenigd Koninkrijk en Johan Geneuglijk (105 jaar) uit Scherpenzeel ontsteken samen met burgemeester Floor Vermeulen het bevrijdingsvuur tijdens de bevrijdingsvuurceremonie.
De ceremonie staat symbool voor de overgang van het herdenken van oorlogsslachtoffers naar het vieren van de vrijheid.
De ceremonie staat symbool voor de overgang van het herdenken van oorlogsslachtoffers naar het vieren van de vrijheid.