Amateur-historicus en journalist Aart Aalbers bij het graf van  Margaretha Weppelman-Vink.
Amateur-historicus en journalist Aart Aalbers bij het graf van Margaretha Weppelman-Vink. André van der Velde

‘We tasten over haar doodsoorzaak nog steeds in het duister’

Historie

SCHERPENZEEL Hoe is de vijftigjarige Margaretha (Greet) Weppelman-Vink op donderdagochtend 25 januari 1945 in Scherpenzeel om het leven gekomen? Dat is de vraag waarop amateurhistoricus Aart Aalbers nog antwoord hoopt te krijgen. Mogelijk is de Veenendaalse die onderweg was naar haar zoon in Woudenberg, gedood door een granaatscherf, wat zou betekenen dat ze een oorlogsslachtoffer is.

Het was ijskoud (gevoelstemperatuur -10,7 graden), grauwgrijs en mogelijk sneeuwde het zelfs een beetje toen Margaretha Weppelman-Vink samen met begrafenisondernemer Van Zanten per koets van Veenendaal naar Woudenberg vertrok. De Veenendaalse, moeder van vier kinderen en weduwe van Aart Weppelman, wilde haar zieke zoon bezoeken die in het jagershuis Het Koepeltje woonde. ,,Ze kwam daar echter nooit aan’’, vertelt de geboren en getogen Veenendaler Aalbers (65), terwijl hij over het parkachtige deel van begraafplaats De Munnikenhof voorgaat naar haar graf.

Aalbers raakte gaandeweg geïntrigeerd door wat Margaretha Weppelman-Vink is overkomen en de vraagtekens die er nog zijn. ,,Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in geschiedenis en raakte zo ook betrokken bij de Historische Vereniging Oud Veenendaal’’, legt hij uit. ,,Toen ik een jaar of vijftien geleden tijdens de Dodenherdenking bij het oorlogsmonument aan het Stationsplein keek naar de namen van de gevallenen, vroeg ik me af waar ze begraven zouden zijn. Zo ontstond het idee om de namen van de oorlogsslachtoffers op het monument te verbinden aan de oorlogsgraven op begraafplaats De Munnikenhof en in de week rond Dodenherdenking een jaarlijkse wandeling te organiseren.’’

De toenmalige Veenendaalse wethouder Cees Sanders was volgens Aalbers gelijk enthousiast. ,,Er ontstond binnen de historische vereniging een klein clubje mensen dat de organisatie op zich nam. In 2010 zijn we met het wandelen langs de graven van oorlogsslachtoffers gestart, waarbij alle graven voorzien zijn van meer informatie over de mensen die daar begraven liggen.‘’ 

LUCHTGEVECHT In het groepje ontstond gaandeweg het besef dat niet alle Veenendaalse oorlogsslachtoffers als zodanig erkend zijn. Zo stuitte een van de werkgroepleden in het boek ‘Veens verleden’ van Sjoerd de Jong, op de naam Margaretha Weppelman-Vink. ,,Haar dochter Aartje Weppelman-Brouwer vertelde daarin over haar herinneringen aan haar moeder. Ze zei onder meer dat toen haar moeder met doodgraver Van Zanten onderweg was naar Woudenberg, zich een luchtgevecht voordeed tussen een Duits en een Geallieerd toestel. Volgens haar sprongen de inzittenden uit de koets om te schuilen achter een boom. Toch werd ze getroffen door een granaatscherf en overleed ze ter plekke.’’

Aalbers houdt even in. ,,We kenden Margaretha Weppelman-Vink nog niet en haar naam stond ook niet op het Monument der Gevallenen, en evenmin is ze vermeld op bijvoorbeeld de ‘lijst van oorlogsslachtoffers’ in Scherpenzeel. Maar als ze daadwerkelijk om het leven is gekomen door een granaat, is ze een oorlogsslachtoffer en zou haar naam ook op het monument hier in Veenendaal moeten komen. We hebben de afgelopen jaren ook al de namen van twee Veenendalers die niet erkend waren als oorlogsslachtoffer, maar dat wel bleken te zijn, bijgeschreven op het monument. Maar’’, vervolgt de amateurhistoricus en journalist van De Rijnpost, ,,voor we dat officieel gaan aanvragen, moeten we eerst zeker weten dat zij een oorlogsslachtoffer was. We tasten echter over de omstandigheden rond haar dood nog steeds in het duister.’’

GEEN BEWIJS Bij het graf blijft Aalbers even stilletjes staan. De Veenendaalse ligt in het graf bij haar dochter Aartje Brouwer en haar schoonzoon. ,,Hard bewijs dat ze door oorlogsgeweld om het leven is gekomen ontbreekt’’, zegt Aalbers, die hoopt dat publiciteit hierover zal leiden tot nieuwe aanwijzingen. ,,Een luchtgevecht, zoals dochter Aartje Weppelman-Brouwer aangaf, heeft waarschijnlijk die dag daar niet  plaatsgevonden. Een van onze leden, Jan Bos, heeft hierover contact gehad met het ministerie van Defensie en er geen bewijs voor gevonden.’’ Ook werd hierover contact gezocht met Oud Scherpenzeel. Piet Valkenburg deed namens deze vereniging een onderzoek en vond evenmin bewijs: ,,In 1945 was de Duitse Luftwaffe ook zodanig gedecimeerd, dat een luchtgevecht niet aannemelijk is’’, laat hij weten. Wel is duidelijk dat vliegtuigen van de Royal Air Force die dag in de lucht waren en tactische operaties uitvoerden.

Aalbers laat een kopie van de overlijdensakte van de gemeente Scherpenzeel zien. ,,Dit weten we zeker: ze is overleden in Scherpenzeel op donderdag 25 januari 1945 om 10.30 uur. De 62-jarige timmerman Pieter van den Ham was getuige van haar dood en heeft een dag later aangifte van overlijden gedaan. Bijzonderheden over haar doodsoorzaak of waar precies in Scherpenzeel ze is overleden, staan er niet in. We weten wel dat ze een paar dagen later, op 29 januari, werd begraven op De Munnikenhof.’’

Zeker is volgens Aalbers ook dat de Veenendaalse ernstig ziek was. ,,Dat had haar kleinzoon Hennie Hardeman uit overlevering gehoord. Een tijdje voor haar dood had ze in het noodhospitaal gelegen aan de Dijkstraat in Veenendaal. Ze zou een tumor hebben gehad. Toen ze uit het ziekenhuis was en weer wat kon, wilde ze haar zoon Jan bezoeken.’’ Die zoon woonde overigens weliswaar in Woudenberg, maar in 1960 is het gebied (de ‘zelfkant van Scherpenzeel’) na een grenscorrectie tussen de provincies Utrecht en Gelderland, bij Scherpenzeel gekomen. De voormalige voorzitter van Oud Scherpenzeel Johan Lagerweij, die als kind destijds in de buurt woonde, lijkt het trouwens sterk dat de zoon van  Margaretha Weppelman-Vink in Het Koepeltje woonde. ,,Het kan hoor’’, laat hij weten, ,,maar jachtopziener Dirk Arpink en zijn vrouw hadden al zes kinderen, dat lijkt me druk genoeg.’’ Arpink zelf heeft na de oorlog zijn herinneringen opgeschreven en rept daarin ook nog eens over ,,drie jonge kerels’’ die zich bij hem schuilhielden om niet in Duitsland te hoeven werken. Lagerweij die vaak bij Arpink kwam, kan dat verhaal echter niet bevestigen. ,,Mogelijk weten zijn nazaten meer, maar die zijn geëmigreerd naar Canada.’’

KONVOOI Wat kleinzoon Hennie Hardeman ook uit de overlevering had gehoord, was dat zijn oma om het leven kwam toen een vliegtuig een militair voertuig op de grond beschoot. Dat zou volgens Aalbers een aanwijzing kunnen zijn het kan zijn dat er meerdere koetsen onderweg waren. ,,Misschien zag een geallieerd toestel de koetsen aan voor een konvooi van de Duitsers. Dat is vaker in deze regio voorgekomen.’’ Valkenburg vult aan met een voorbeeld: ,,Op 21 oktober 1944 werd in Renswoude een stoet vluchtelingen voor een colonne Duitsers aangezien. Engelse vliegtuigen beginnen een beschieting. Twee mensen komen om het leven en twintig andere raken gewond.’’ Ody Honders van Oud Woudenberg noemt ook de dertienjarige Kootje van Raai, die op 15 september 1944 in Woudenberg bij een geallieerde aanval om het leven kwam. Aalbers: ,,Dus misschien was het koetsje van Van Zanten niet het enige voertuig dat op dat moment onderweg was naar Woudenberg. Misschien zijn er nog mensen die daarover meer weten, dan horen we dat graag’’

PUZZELSTUKJES Het is volgens Aalbers ook niet bekend of tijdens de luchtaanval in Scherpenzeel nog andere mensen op de grond gewond raakten. ,,We hebben daarover ook geen enkel bericht gevonden. Maar kranten waren er niet of nauwelijks en er was natuurlijk censuur. Daarom is alle informatie welkom. We zoeken mensen die als ooggetuige of via de overlevering meer kunnen vertellen over wat die dag in Scherpenzeel is gebeurd. Het zijn tot nu toe allemaal losse puzzelstukjes, maar op een gegeven moment valt hopelijk alles in elkaar.’’

Aalbers is duidelijk begaan met Margaretha Weppelman-Vink. ,,Op het oorlogsmonument mogen geen namen ontbreken’’, verduidelijkt hij. ,,De Tweede Wereldoorlog heeft ontzettend veel gevolgen gehad en nog steeds heeft deze veel impact op de generaties erna. Er is nog steeds veel emotie. Op het oorlogsmonument mogen daarom geen slachtoffers ontbreken omdat iemand geen kinderen had, informatie niet is doorgegeven of niet beschikbaar is, of omdat er geen getuigen waren: we willen iedereen eren.’’

In mei komt in elk geval een informatiebordje bij het graf van Margaretha Weppelman-Vink. Ook is de werkgroep Graven Oorlogsslachtoffers Munnikenhof bezig met een boek waarin alle Veenendaalse oorlogsslachtoffers beschreven worden. ,,Niet alleen Veenendalers die op De Munnikenhof begraven liggen, maar ook Joden die zijn weggevoerd en vermoord en mannen die in Duitsland te werk zijn gesteld. Iedereen dus die iets had met Veenendaal en als gevolg van de oorlog om het leven is gekomen.’’ Dat boek moet in 2025 uitkomen en wat Aalbers betreft staat daar dan ook in waardoor Margaretha Weppelman-Vink om het leven is gekomen.

Wie meer informatie over de gebeurtenissen op 25 januari 1945 heeft, kan contact opnemen met Aart Aalbers via 0318-524001 of 06-21900790 en via aart.aalbers@kliksafe.nl. Meer informatie over de oorlogsgraven is te vinden op de website oudveenendaal.nl.

André van der Velde

Margaretha Weppelman-Vink met haar dochters Lutje en Aartje.
 Margaretha Weppelman-Vink.
De overlijdensakte van Margaretha Weppelman-Vink, opgesteld door de gemeente Scherpenzeel.
Afbeelding
Afbeelding
advertentie