
Vallei & Overeem: ‘Zwarte ooievaar als Barnevelds toetje’
5 augustus 2026 om 16:00 ColumnSCHERPENZEEL/BARNEVELD Vogelaar en fotograaf Mathijs Overeem struint graag door de afwisselende natuur rond zijn woonplaats Scherpenzeel. Maandelijks schrijft hij in zijn column Vallei & OverEem over zijn bijzondere waarnemingen.
De afgelopen weken waren zeer druk, mede door onze vakantie en verhuizing. Dat laatste gebeurde binnen Scherpenzeel, waar wij vanzelfsprekend heel blij mee zijn. Het was zelfs zo druk dat ik nauwelijks tijd heb kunnen nemen om tussendoor buiten een rondje te maken.
Gelukkig volgde snel na onze verhuizing de vakantie, waarin we een beetje tot rust zijn gekomen. Tijdens mijn vakantie ben ik samen met mijn vriendin onder andere in Slovenië op zoek gegaan naar de bruine beer. En die missie is geslaagd! Tijdens vijf nachtelijke rondes rijden, veilig vanuit de auto, is het ons tweemaal gelukt om een bruine beer te zien. Wat een ongekend mooie ervaring, een droom die is uitgekomen.
JUVENIELE VOGEL
Terug naar Scherpenzeel. Bruine beren hebben we hier helaas niet. Toch duurde het niet lang voordat ik alweer getriggerd werd door een berichtje over een regionale waarneming. Zondagavond, nog geen uur na thuiskomst, zitten mijn vriendin en ik aan onze nieuwe eettafel wanneer ik in mijn ooghoek een bericht op mijn telefoon zie verschijnen.
Een zwarte ooievaar langs de Scherpenzeelseweg tussen Scherpenzeel en Barneveld, hoe gaaf is dat! Wederom een grensgevalletje waarbij de gemeentegrens me niet gunstig gezind is, maar zo’n fraaie en zeldzame vogel dichtbij huis moet ik toch wel eventjes zien. De zwarte ooievaar is een allesbehalve veel voorkomende vogel, die niet in Nederland broedt en hier alleen op doortrek te zien is. Dit exemplaar betreft een juveniele vogel, die waarschijnlijk tijdens de vroeg op gang gekomen najaarstrek een ommetje heeft gemaakt.
En zo stap ik na een goedgevuld en tevens smakelijk bord bami met foe yong hai van de Lange Muur nog maar eens de auto in om me richting Barnevelds grondgebied te begeven. Na een reisdag van elf uur in de auto kan dit kleine stukje er ook nog wel bij. Nog geen tien minuten later kom ik aan bij het weiland waar de zwarte ooievaar een uurtje geleden werd gemeld, voorbij Veenschoten, ter hoogte van de boerderij op Langelaar.
In eerste instantie kan ik deze zeldzame neef van onze eigen ooievaar niet terugvinden, waarna ik een rondje rijd en na vijf minuten terugkeer op een van de dammetjes nabij het weiland. Ik heb geluk, want de zwarte ooievaar blijkt al die tijd onzichtbaar in een slootkant te hebben gestaan en besluit er toch maar eens uit te komen. Die kan genoteerd worden! Al dan niet in Barneveld, maar goed. De nodige afstand mag de pret niet drukken. Het geeft de vogelliefhebbende Scherpenzeelse burger moed: als het op Langelaar kan, moet het een paar honderd meter verderop aan de Scherpenzeelse zijde van de gemeentegrens ook eens kunnen.
LOOS ALARM
Wanneer ik mijn waarneming aan het invoeren ben op mijn telefoon, merk ik plots dat er een shovel achter me geparkeerd staat, terwijl tegelijkertijd een andere auto aan komt rijden. Het blijken twee argwanende boeren te zijn, die het vermoeden hadden dat ik snode inbraakplannen aan het smeden was. Ongetwijfeld zullen ze geen rekening hebben gehouden met het aantreffen van een enthousiaste vogelaar, alhoewel het mijn geloofwaardigheid niet ten goede kwam toen ik de zwarte ooievaar wilde aanwijzen terwijl deze inmiddels weer de sloot in was gekropen.
Na een kort praatje vertrekken zij weer huiswaarts. Gelukkig voor hen was het loos alarm. Tevreden rijd ook ik terug naar huis. Een zwarte ooievaar op zak, maar met een nog uit te pakken koffer in het vooruitzicht. Afijn, het was het waard. Voor mij is het nu hopen dat de volgende nieuwsgierige zwarte ooievaar ook eens het Scherpenzeelse luchtruim aantikt.















