
‘Zon in combinatie met kou vind ik heerlijk’
15 januari 2026 om 14:30 ColumnVALLEI & OVEREEM Vogelaar en fotograaf Mathijs Overeem struint graag door de afwisselende natuur rond zijn woonplaats Scherpenzeel. Maandelijks schrijft hij in zijn column Vallei & OverEem over zijn bijzondere waarnemingen.
Afwisselend grijze en zonnige dagen. Het liefst heb ik dat laatste. Zon in combinatie met kou vind ik heerlijk om naar buiten te gaan. Die winterse kou wil niet zeggen dat er weinig vogels te zien zijn, integendeel zelfs. Voor veel vogels is noordelijke vrieskou juist dé reden om naar ons land te vluchten en hier te overwinteren. Bewapend met verrekijker, camera en sinds dit jaar een warmtebeeldkijker ga ik er dan ook extra graag op uit.
Op deze mooie winterdagen fiets en wandel ik vooral langs water, zoals de Lunterse Beek, het Valleikanaal en de plas ten noordwesten van Ruwinkel. Het liefst na een paar dagen vorst. Veel watervogels zoeken dan naar open water wat nog niet is dichtgevroren, waardoor je op deze momenten met een beetje geluk soorten kunt verwachten die er de rest van het jaar niet of nauwelijks zitten.
Eenmaal op Ruwinkel aangekomen, wandel ik door het park richting de vijvers. Groepen sijzen verwelkomen me, luid roepend in de lage wilgjes naast het pad. Ook zo’n vogelsoort die normaliter hoog in de bomen verscholen lijkt te zitten, op zoek naar de zaden van berken en elzen. Bij gebrek aan voedsel komen ze graag in tuinen snacken. Wat mij betreft zijn ze ook bij ons van harte welkom, enige probleem is dat wij geen tuin hebben.
Op de plas is het zeldzaam druk. Zo’n 150 eenden hebben zich op het open water verzameld en drijven er in een grote groep rond. Vanachter de bosschages speur ik de groep eenden met mijn verrekijker af. Tientallen wilde eenden, kuifeenden en enkele krakeenden dobberen door miin beeld als ik een heldere, hoge “kriek” over het wateroppervlak hoor schallen: onmiskenbaar een wintertaling, één van mijn favoriete eendensoorten. Verre van zeldzaam, maar werkelijk beeldschoon.
Eerlijkheidshalve moet ik daarbij vermelden dat het dan met name gaat om, zoals zo vaak in de vogelwereld, de mannetjes. Vrouwelijke wintertalingen hebben veel gemeen met de wilde eend van hetzelfde geslacht, los van het kleine formaat en de groene spiegel (de vlek op de vleugels). De mannelijke wintertalingen zijn kunststukjes op zich. Prachtige, fluweelgrijs getekende veren met een kastanjebruine kop. De glanzend groene zijdes op de kop maken het helemaal af. Om het nog niet eens te hebben over de subtiele tekeningen in het verenkleed.
Twee jaar geleden had ik op dezelfde plek eens een groep van 23 wintertalingen in de winter, nu stokt de teller op zes exemplaren. Wie weet wat de rest van de winter ons nog brengt. Uit een snelle check blijkt dat er geen Amerikaanse wintertaling tussenzit, helaas. Het vinden van een enorme zeldzaamheid als deze is me helaas nog niet gegund in onze gemeente, motivatie genoeg dus om het nieuwe jaar mee in te gaan.
Op een vogelrijk en gezond 2026.














