Jan Bos en Aart Aalbers en dochter Dicky Bos bij de boom aan de Ruwinkelseweg waarachter Dicky Bos-van den Broek zich op 24 januari 1945  verschuilde tijdens een luchtaanval.
Jan Bos en Aart Aalbers en dochter Dicky Bos bij de boom aan de Ruwinkelseweg waarachter Dicky Bos-van den Broek zich op 24 januari 1945 verschuilde tijdens een luchtaanval. André van der Velde

Spitfire viel rouwkoets aan bij ‘t Koepeltje

Historie

SCHERPENZEEL Dankzij een getuige is het vrijwel zeker dat de Veenendaalse Margaretha (Greet) Weppelman-Vink in januari 1945 in Scherpenzeel om het leven is gekomen door oorlogsgeweld. De ontbrekende puzzelstukjes zijn geleverd door de 88-jarige Dicky Bos-van den Broek, die zich na een oproep in deze krant meldde bij de Historische Vereniging Oud Veenendaal.

Het is lang niet zo koud als in januari 1945, maar de zon en het aangename lenteweer van een paar dagen geleden zijn verdrongen door sneeuw en een temperatuur van rond het vriespunt. Het deert Dicky Bos-van den Broek uit Veenendaal niet. Ze is deze donderdagochtend samen met haar dochter Dicky en Aart Aalbers en Jan Bos van ‘Oud Veenendaal’ naar de plek aan de Ruwinkelseweg in Scherpenzeel gegaan, waar ze als tienjarige getuige was van een luchtaanval door een Brits vliegtuig.

,,We woonden aan de Utrechtseweg’’, vertelt ze, terwijl ze schuin in de richting wijst naar de andere kant van het weiland. ,,Met mijn vader en vijf jaar oudere broer gingen we die woensdag met paard en wagen in het bos hout voor de kachel halen. Het was midden in de hongerwinter. Toen we in de middag terugreden en bijna weer op de Utrechtseweg waren, hoorden we opeens de motoren van een vliegtuig. Het was een oorverdovend geluid, het vliegtuig ging in duikvlucht naar beneden en we hoorden het schieten. We dachten dat het toestel het op ons had gemunt en zonder ons te bedenken, vluchtten we alle drie in een reflex achter de bomen.’’

NIET VEEL VERANDERD De Veenendaalse loopt naar de boom waar ze zich destijds achter verschool en is enigszins verbaasd. ,,Ook het hek naar het weiland is er nog, dat was destijds van hout en van metaal, en de Ruwinkelseweg was nog een verhard zandpad, maar eigenlijk is hier niet zo veel veranderd.’’

Wat ook niet is veranderd, is een bocht in de weg met daarlangs struiken. ,,Het paard was zo geschrokken door het vliegtuiglawaai, dat het er met kar en al vandoor was gegaan. Bij de bocht had het zich in de struiken klemgereden. Toen het paard weer op de weg was, reden we de Ruwinkelseweg uit naar de Utrechtseweg.‘’

Daar aangekomen zag ze iets wat voor Oud Veenendaal van wezenlijk belang is in het onderzoek naar de dood van Margaretha Weppelman. Dat ‘iets’ heeft ze overigens pas op suggestie van haar dochter Dicky gemeld aan Aart Aalbers.

,,Ongeveer 150 meter verder richting Renswoude stond een zwarte koets op de weg’’, vertelt ze. De weg was verder verlaten en het werd ons toen duidelijk dat het vliegtuig het niet op ons, maar op de koets had voorzien. We zijn niet gaan kijken. Mijn vader was bang dat het vliegtuig terug zou komen en reed zo snel hij kon rechtsaf richting onze woning. De volgende dag hoorden wat gebeurd was en dat een mevrouw om het leven was gekomen.’’

BETROUWBAAR PUZZELSTUKJE Aalbers, die samen met Jan Bos onderzoek doet voor de werkgroep ‘Graven Oorlogsslachtoffers Munnikenhof’, is ,,super blij’’ met de 88-jarige getuige. ,,Eigenlijk had ik het niet verwacht dat zich nog een oog- en oorgetuige zou melden. Haar getuigenis is voor ons het betrouwbare puzzelstukje dat we nodig hadden. Want de informatie die we tot nu toe hadden, hadden we via de overlevering van familieleden gekregen. Feitelijk hadden we slechts een verhaal uit één mond. Dat was geen bewijs dat mevrouw Weppelman een oorlogsslachtoffer is.’’

Kern van die overgeleverde informatie was dat Margaretha Weppelman met doodgraver Van Zanten in een rouwkoets op weg was van Veenendaal naar haar zoon Jan in Woudenberg. Daar kwam ze echter nooit aan: ergens in Scherpenzeel kwam ze na een luchtaanval om het leven. Maar wat precies was gebeurd en waar, werd niet echt duidelijk. Zo stond in het  boek ‘Veens verleden in woord en beeld’ van Sjoerd de Jong, dat ze op weg was naar een huis met de naam ‘Het Koepeltje’. Haar dochter Aartje Weppelman-Brouwer vertelde onder meer dat zich een luchtgevecht voordeed tussen een Duits en een geallieerd toestel. Volgens haar sprongen de inzittenden uit de koets om te schuilen achter een boom. Margaretha Weppelman zou ondanks dat getroffen zijn door een granaatscherf en zou ter plekke zijn overleden. Haar kleinzoon Hennie Hardeman uit Veenendaal had op zijn beurt uit overlevering gehoord dat een vliegtuig een militair voertuig op de grond zou hebben beschoten. 

’T KOEPELTJE Ruim 77 jaar later gaat Dicky Bos-van den Broek opnieuw vanuit de Ruwinkelseweg naar de Utrechtseweg. Maar deze keer gaat ze niet rechtsaf naar de plek waar haar ouderlijk huis ooit stond, maar linksaf, waar ze koets had zien staan. ,,De oude bomen zijn allemaal weg en het huis waartegenover de koets stond is nieuw. Maar het heeft nog wel de oorspronkelijke naam: ‘t Koepeltje.’’ 

Aalbers aanvullend: ,,In de overlevering was het geworden dat Margaretha Weppelman op weg was naar Het Koepeltje in Scherpenzeel. Daarbij werd gedacht aan het jagershuis, dat tot 1960 bij de gemeente Woudenberg hoorde, maar nu is duidelijk dat het gaat om het huis bij de plek waar ze dodelijk gewond is geraakt.’’

Navraag van Bos bij collega Egbert Wolleswinkel van de historische vereniging Renswoude leert dat het huis rond 1936 was gebouwd. ,,In 2001 is het nieuwe pand op dezelfde plek gebouwd en in feite is niet zoveel veranderd aan de vorm van het huis. Als je de tuin en het hekwerk weg denkt, ziet het eruit zoals in januari 1945.’’

BOMBARDEMENTEN Volgens Bos is inmiddels ook duidelijk dat op 24 januari Spitfires betrokken waren bij bombardementen op de spoorlijn Utrecht-Arnhem. ,,Na zo’n bombardement gingen vliegtuigen soms uit formatie als ze iets zagen dat ze konden aanvallen. De afstand tussen de spoorlijn en ‘t Koepeltje is 2,8 kilometer. Dat lijkt een hele afstand, maar als je je bedenkt dat de topsnelheid van een Spitfire 700 kilometer per uur is, is die afstand minder dan een halve minuut vliegen. En dat een koets vanuit de lucht werd aangevallen, kwam vaker voor omdat Duitse militairen ook veel met paard en wagen reden.’’  

Omdat op de overlijdensakte van Margaretha Weppelman donderdag 25 januari staat, nemen Aalbers en Bos aan dat ze na de aanval niet meteen is overleden, maar zwaargewond naar een ziekenhuis is gebracht, waar ze een dag later overleed. ,,Mogelijk is ze naar het noodhospitaal in Scherpenzeel gebracht’’, stelt Aalbers. ,,Maar in de archieven is over dit noodhospitaal niets terug te vinden’’, vult Bos aan. 

De oproep in de krant heeft volgens Aalbers ook nog andere informatie opgeleverd, informatie die een nieuw licht werpt op de reden waarom Greet Weppelman naar haar zoon onderweg was en waar hij in Woudenberg woonde. ,,Kleindochter Mirjam Weppelman nam ook contact met ons op. Haar moeder had haar verteld dat oma Weppelman per koets onderweg was naar haar zoon en schoondochter in Woudenberg. Ze vertelde dat haar oma geopereerd was aan een tumor in haar maag en om te herstellen van de operatie door haar zoon en schoondochter, de ouders van Mirjam Wppelman, was uitgenodigd om tijdelijk bij hen op de Stationsstraat in Woudenberg te komen.’’ 

OORLOGSSLACHTOFFER Met alle nieuwe informatie stellen Aalbers en Bos vast dat Margaretha Weppelman door oorlogsgeweld om het leven is gekomen. Bos brengt daarbij nog wel een kleine nuance aan. ,,Mevrouw Dicky Bos-van den Broek heeft niet gezien dat Margaretha Weppelman dodelijk getroffen was door een granaatscherf. Dus het is niet honderd procent zeker. Maar door wat ze heeft gezien en gehoord, kunnen we nu wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat mevrouw Weppelman een oorlogsslachtoffer is.’’

De Historische Vereniging Oud Veenendaal zal deze week een aanvraag indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal om de naam van Margaretha Weppelman-Vink toe te voegen aan het Monument der Gevallenen bij station Veenendaal-Centrum. Voor Bos en Aalbers is dat belangrijk. ,,Op het oorlogsmonument mogen geen slachtoffers ontbreken, omdat iemand geen kinderen had, informatie niet is doorgegeven of niet beschikbaar is, of omdat er geen getuigen waren: we willen iedereen eren.’’ Eerder zijn al twee namen van Veenendalers toegevoegd van wie de werkgroep had aangetoond dat ook zij oorlogsslachtoffers waren.

Aalbers zou heel graag zien dat Margaretha Weppelman-Vink nog voor de komende Dodenherdenking op het monument wordt bijgeschreven, maar denkt dat het praktisch gezien lastig wordt. 

,,We zullen in mei wel een informatiebord bij het familiegraf op begraafplaats De Munnikenhof plaatsen. Dat zal op woensdag 4 mei om 15.00 uur, tijdens de jaarlijkse wandeling langs oorlogsgraven, worden onthuld in de aanwezigheid van de familie Weppelman.’’

André van der Velde

Dicky Bos-van den Broek meldde zich na een oproep in deze krant bij de Historische Vereniging Oud Veenendaal.
Margaretha Weppelman-Vink met haar dochters.
advertentie