
Van vuilnisbelt tot Diftar
1 januari 2019 om 06:33 lokaalSCHERPENZEEL Van het inzamelen van huisvuil heeft rond 1920 nog niemand in Scherpenzeel gehoord. Ook niet van het scheiden ervan. Laat staan van gedifferentieerde tarieven. Nog geen honderd jaar geleden belandde afval op de daarvoor bestemde vuilnisbelten in ons dorp.
Wim van den Berg
De plaatselijke veldwachter verbaliseert in 1921 de heer J.V. die illegaal vuil stort in een sloot in plaats van op een vuilnisbelt. De verslaggever van De Holevoet kan wel begrip opbrengen voor het dumpen van rotzooi in de sloot: 'het is dezen menschen niet kwalijk te nemen, dat ze hun rommel zien kwijt te raken'.
In het dorp komen in 1921 twee nieuwe vuilnisbelten, één op de Barneveldseweg en één aan de Smitssteeg. De laatstgenoemde stortplaats is al eerder in gebruik geweest, maar is door de burgemeester gesloten, omdat iedereen vuilnis voor de ingang stortte, waardoor het terrein ontoegankelijk werd. Kort na de heropening in 1921 doet de heer Homoet zijn beklag. Het is weer hetzelfde liedje: de ingang is weer versperd door bergen afval. Hij vraagt zich af of we terug moeten naar de situatie van weleer toen iedereen zelf maar moest zien waar hij zijn rotzooi liet.
De gemeente besluit een toezichthouder aan te stellen. Het is zonder toestemming van B&W verboden gedeponeerde voorwerpen van de vuilnisbelt weg te halen. Als de stortplaats niet veel later door broei in de fik vliegt, is dat probleem ook opgelost. Vanaf 1926 biedt de gemeente de mogelijkheid tegen vergoeding het vuilnis op zaterdagmorgen te laten ophalen. Er komt in 1929 een afrastering om de vuilnisbelt aan de Smitssteeg. Maar ja, als de vuilnisberg in de loop van de jaren te groot wordt, moet de stortplaats worden leeggehaald. Dat leegrijden wordt in 1934 aanbesteed. Waar de troep naartoe gaat is nergens terug te vinden.
SLOOT ALS STORTPLAATS] Omdat veel sloten als vuilnisstortplaats worden gebruikt, stroomt regenwater slecht weg. Bewoners beklagen zich daarover in 1951, maar ze zijn zelf niet bereid om 12 cent per week aan de gemeentelijke vuilnisophaaldienst te betalen. Vijf jaar later koopt de gemeente 250 ijzeren vuilnisemmers om Scherpenzelers te stimuleren gebruik te maken van de wekelijkse ophaaldienst op woensdag. De huisvuilemmers worden gratis verstrekt en het ophaaltarief bedraag 6 gulden per jaar. Spitman uit Oosterbeek neemt in 1959 het ophalen van huisvuil voor zijn rekening met een gesloten roltrommelwagen. Het tarief stijgt dan wel aanzienlijk en wordt 9 gulden per jaar. Na de grenswijziging in 1960 zijn er 450 huishoudens die hun huisvuil op vrijwillige basis door Spitman laten ophalen. Inwoners die wat meer 'op de penning' zijn, geven hun huisvuil mee aan gemeentewerkers die twee keer per maand gratis grof huisvuil ophalen om te voorkomen dat de rommel langs de weg wordt gedumpt. Dat zijn er ongeveer 140. Het verwerken van het huisvuil wordt steeds duurder en het tarief gaat in 1966 met maar liefst 28 procent omhoog. Pas op 1 januari 1967 is iedereen verplicht huisvuil tegen betaling te laten ophalen. In dat jaar komen er nieuwe, kleinere vuilnisemmers. Het vuil wordt nog steeds wekelijks opgehaald. Een keer per maand rijdt de kraakwagen voor grof vuil achter de vuilniswagen aan. Iedereen moet in 1971 het huisvuil in plastic vuilniszakken van het merk GOZOU doen. De vuilniszakken met KOMO-keurmerk kunnen bij verschillende winkeliers worden gekocht. Zakken van andere merken zijn niet toegestaan. De vuilnisemmer blijft nog in gebruik, want daarin wordt de zak gedeponeerd. Met ingang van 1 januari 1977 mogen ook plastic vuilniszakken van andere merken worden gebruikt, mits voorzien van het eerder genoemde keurmerk. Elke aanbieder mag wekelijks maximaal 1m3 huisvuil, tuinafval en grofvuil aan de weg zetten. Dat is mogelijk, omdat alle vuilniswagens dan een kraakinstallatie hebben.
AFVAL SCHEIDEN Langzamerhand komen er steeds meer mogelijkheden om afval te scheiden. Papier wordt al sinds jaar en dag opgehaald, er staan glascontainers in het dorp en in 1987 verkoopt de gemeente voor 75 gulden compostvaten waarmee je zelf gft-afval kunt composteren. Chemisch afval en olie kunnen net als batterijen bij de gemeentewerf worden ingeleverd. Het inzamelen van huisvuil verandert op 1 mei 1991 rigoureus. De vuilniszakken verdwijnen en maken plaats voor minicontainers. Er komen twee kliko's, een voor huisvuil en een voor gft-afval. Op jaarbasis bedraagt het tarief 207 gulden, maar omdat het nieuwe systeem pas later in het jaar ingaat, is het overgangstarief in 1991 honderd drieëntachtig gulden. De bruine en grijze rolemmers worden, samen met een informatieve afvalkrant, tegen vergoeding door leden van enkele verenigingen bezorgd. Raadslid Van Wijk (RPF) pleit dan al voor gedifferentieerde tarieven, uitgaande van het principe 'de vervuiler betaalt'. Daar krijgt hij dan de handen nog niet voor op elkaar. Jaren later worden de rolemmers vervangen door nieuwe kliko's in de kleuren groen en grijs. Met de invoering van DIFTAR betaalt iedereen op basis van aangeleverd restafval.








