Afbeelding
JeH

‘Kunnen we nog wel om de integriteitsvraag heen?’

Politiek

SCHERPENZEEL Alsof ze niet genoeg aan haar hoofd heeft in de rap zinkende schuit van kabinet Rutte III, moet demissionair minister Kajsa Ollongren zich dezer dagen ook nog bezighouden met het forse fusiedossier Scherpenzeel-Barneveld. Echt dankbaar zal zij de provincie Gelderland niet zijn, daar men haar in deze turbulente Haagse tijden op de valreep nog heeft opgezadeld met een politiek gevoelige kwestie als een gedwongen herindeling.

Het grote gebrek aan draagvlak in Scherpenzeel, de scherpe kritiek van diverse bestuurskundigen op het door de provincie gevoerde herindelingsproces en als nabrander de bestuurlijke druk van Commissaris van de Koning John Berends op de kennelijk ‘lastig te mennen’ waarnemend burgemeester van Scherpenzeel, maken van de allereerste gedwongen herindeling onder het nieuwe beleidskader van de Wet Arhi meteen een brisant dossier.  

SOAPOPERA De relatieve rust, die werd verwacht nadat de provincie het herindelingsadvies op de burelen van Ollongren had gedeponeerd, is nog steeds ver te zoeken. Integendeel. Elke week wordt er wel weer een nieuwe aflevering toegevoegd aan de soapopera rond dit fusietraject. Significant genoeg is het op dit moment vooral Commissaris van de Koning (CvdK) John Berends die een politieke vertoning maakt van zijn pogingen om de Scherpenzeelse burgemeester Eppie Klein in het provinciale gareel te krijgen. De door de CvdK op die plek neergezette burgervader heeft zich de toorn van de Arnhemse Rijksheer op de nek gehaald door op 6 juli van dit jaar een mail te sturen aan Provinciale Staten (PS) met de oproep het herindelingsadvies niet vast te stellen zolang de integriteit van het daaraan voorafgaande proces niet boven elke vorm van twijfel verheven is. De drie Scherpenzeelse oppositiepartijen - voorstanders van een fusie – en enkele Statenfracties reageerden direct furieus op de brief. In hun ogen zou Klein zich hiermee partijdig opstellen en de integriteit van de commissaris en gedeputeerde Markink in twijfel trekken. Dit laatste was volgens Klein overigens een volledig verkeerde uitleg van zijn schrijven, zoals hij de volgende dag ook in een aanvullende brief aan PS kenbaar maakte.

[OMKOPING] Maar als men in Arnhem ergens van op tilt slaat is het wel het woord integriteit. Dan staat de Rijksheer aan de lat, zoals hij dat zelf pleegt uit te drukken. Dat ondervond ook hoogleraar en voormalig bewaker van het herindelingsproces in de door de provincie aangestelde onafhankelijke Spiegelgroep, Michiel de Vries. Zijn uitspraken tijdens de hoorzitting van PS, waarbij hij zelfs de woorden ‘omkoping’ en ‘machtsmisbruik’ in de mond nam, leidde tot een boze brief van de Rijksheer aan zijn werkgever, de rector-magnificus van de Radboud Universiteit. Het zou dan ook niet verbazend zijn wanneer het gerucht waar blijkt te zijn dat Gedeputeerde Staten, al meteen na afloop van de PS-vergadering van 6 juli, in een nachtelijke nazit met een deel van de Statenleden is bijeengekomen om te praten over de brief en de positie van burgemeester Klein. Een gerucht waarop de provincie overigens desgevraagd niet wil reageren.

Dat Berends niet van plan is om Klein met zijn brief aan PS weg te laten komen, kunnen we inmiddels wél met zekerheid vaststellen. Dat is na de persoonlijke mail die hij half juli stuurde aan de drie Scherpenzeelse oppositiepartijen wel duidelijk. Het venijn zat ‘m niet zozeer in de mededeling dat hij Klein in zijn functie van Rijksheer op het matje heeft geroepen over zijn mails aan PS, maar vooral in de cryptische citaten die hij doet uit dat gesprek. Citaten die de oppositie alle aanleiding geven om de waarnemend burgemeester nog eens stevig aan de tand te gaan voelen over de brievenkwestie.

POLITIEKE ZET Waarom de Rijksheer het, onder het mom van ‘openheid en transparantie’, belangrijk vond om in Scherpenzeel een politiek issue te laten maken van de vraag of burgemeester Klein zijn brief van 6 juli nu wel of niet (helemaal) zelf geschreven en/of verzonden heeft en in hoeverre ambtenaren hier de hand in hebben gehad, blijft intrigerend. Immers, de meeste brieven van bestuurders worden opgesteld door medewerkers; dat zal op het provinciehuis niet anders zijn. Bovendien zijn in het openbaar bestuur nooit ambtenaren, maar te allen tijden de bestuurder(s) verantwoordelijk voor het handelen van de overheid.

Als echter later blijkt, dat Berends bij de burgemeester zou hebben aangedrongen op het ontslag van ambtenaren, die betrokken zijn geweest bij het opstellen en verzenden van zijn brief aan Provinciale Staten, en Klein dit geweigerd heeft, komt zijn mail aan de oppositie plotseling in een heel ander daglicht te staan. Dan heeft deze ineens verdacht veel weg van een politieke zet om Klein van twee kanten onder druk te zetten om te doen wat de baas van hem verlangt. Een indruk die wordt versterkt door het feit dat Berends claimt de mail geschreven te hebben in antwoord op de vragen van de oppositiepartijen; vragen die in hun statement aan het provinciebestuur over de brief van Klein overigens nergens te vinden zijn. Het siert de waarnemend burgemeester dat hij zich niet laat meeslepen in het politieke opportunisme van de Rijksheer en er in grote lijnen het zwijgen toe doet.

OVERSPANNEN Het is in dit dossier een bekend gegeven dat het merendeel van het provinciebestuur in Arnhem altijd vrij consistent is geweest in het negeren, afwijzen of ‘verre van zich werpen’ van elke vorm van kritiek op, of vragen over het proces voor een gedwongen herindeling van Scherpenzeel en Barneveld. Echter, koppen van ambtenaren eisen vanwege een brief van een burgemeester, hoe onwelgevallig deze het provinciebestuur ook mag zijn, doet bijna overspannen aan. En het einde van ‘brievengate’ is nog niet in zicht, zo bleek vorige week uit een schrijven van Berends aan PS. Daarin geeft hij aan ‘op het juiste moment’ zijn gedachten te gaan opmaken over de positie van burgemeester Klein. De timing daarvan noemt hij essentieel, omdat de minister nog bezig is met het beoordelen van het herindelingsadvies. Oftewel vrij vertaald: ‘Klein mag van mij zijn biezen pakken, maar nu is het effe niet het moment om dit met de minister te bespreken’.

Die arme Ollongren. Links er rechts om haar heen vliegt de ene na de andere minister of staatssecretaris eruit vanwege blunders of corona-onmin binnen het door de toeslagenaffaire demissionaire kabinet. En dan krijg je als zo’n beetje nog de laatste voorvechter van de nieuwe politiek van D66 (‘weg met de regentencultuur’) te maken met een advies voor een gedwongen herindeling waarover inmiddels al tig Kamervragen en verzoeken om integriteitsonderzoeken zijn ingediend. Zelf zit je ook al niet lekker meer op je stoel sinds je het CDA hebt gehalveerd door onbedoeld ‘Omtzigt: functie elders?’ uit de achterkamertjes van de nieuwe kabinetsformatie te lekken. Een man die door Berends trouwens in de media werd geprezen om zijn kritische geluid over het functioneren van de overheid. Want, zo liet Berends optekenen: ,,Het risico van de bubbel waarin je zit, is dat je blind wordt voor zaken.’’ Die uitspraak kun je ook lezen als een handreiking naar een veranderende (lees: nieuwe) bestuurscultuur. In zo’n cultuur, waarnaar in bestuurlijk Nederland reikhalzend wordt uitgekeken, past heel goed de integriteitsvraag in het fusietraject. Maar dat zal de Rijksheer wel niet bedoeld hebben! Desondanks zal de vraag, hoe het fusietraject in deze weinig verheffende sfeer terecht is gekomen, toch eens beantwoord moeten worden.

Margreet Hendriks

advertentie