Afbeelding
Mathijs Overeem
COLUMN

Vogelaar Mathijs Overeem spot ‘mosgroene fluiter met apart knikkergeluid’

15 juni 2025 om 11:00 Column

VALLEI & OVEREEM Vogelaar en fotograaf Mathijs Overeem struint graag door de afwisselende natuur rond zijn woonplaats Scherpenzeel. Maandelijks schrijft hij in zijn column Vallei & OverEem over zijn bijzondere waarnemingen.

Een vleugje fantasie is iets wat je als lokale vogelaar soms nodig hebt. Dat klinkt gek, maar ik zal het uitleggen. Wanneer ik op zoek ben naar bijzondere vogelsoorten in mijn eigen omgeving, fantaseer ik vaak waar ik welke vogel in theorie kan verwachten, of beter gezegd, waar ik welke vogel ooit eens hoop te zien. Het motiveert me om erop uit te gaan, op zoek naar die ene bijzondere soort. Gek genoeg is de fluiter ook zo’n vogel. Een niet al te zeldzame verschijning, maar de afgelopen twaalf jaar is deze bosvogel, maar eenmaal gehoord in Scherpenzeel. 

DE FLUITER

De fluiter ken ik zelf met name van de hoog opgaande beukenbossen en in iets mindere mate eikenbossen, met name op de Veluwe. Mijn eerste fluiter hoorde ik dan ook jaren gelegen op nationaal park de Hoge Veluwe. Een geluid dat direct opvalt: niet door haar glasheldere, nachtegaal-achtige tonen, maar door iets wat het best te omschrijven valt als een stuiterende knikker op een metalen plaat. Ik laat mij soms nog wel eens overhalen door het geluid van een vogel te imiteren, maar ik zou niet weten hoe ik een fluiter na zou kunnen doen. 

Een merkwaardige zang, afkomstig van een mosgroene bosvogel met citroengele onderdelen en een helderwitte buik. Deze in Nederland schaarse broedvogel overwintert in Afrika en keert vanaf half april terug in ons land, maar verwacht je niet per se in Scherpenzeel. De rustige, middeloude beukenbossen ontbreken hier. Toch zijn er een aantal plekken in onze gemeente waar ik met de nodige fantasie al jaren de stuiterende knikker van een fluiter hoopt te verwelkomen. Dan niet in een beukenbos, maar een eiken-berkenbos is een geschikt alternatief. En laten we zulke bossen wel hebben.

EINDELIJK!

Een fluiter zien en horen in Scherpenzeel, het was me nog niet eerder gegund. Tot enkele weken geleden. Dorpsgenoot en vogelaar Erik-Jan stuurt op een vrijdagavond op Whatsapp een locatie door op Groot Wolfswinkel met als onderschrift: ‘Fluiter! Eindelijk’. Tot mijn lichte frustratie lukt het niet om direct die kant op te gaan, maar de volgende ochtend zit ik om half acht ’s ochtends op de fiets. Wanneer ik op locatie aankom, hoor ik van veraf de welbekende knikker al stuiteren. Met een beetje geduld laat de fluiter zich prachtig zien en van dichtbij horen. In het mistige bos wordt de typische zangvlucht hoog in de boomkronen gedemonstreerd. Voor mij is het genieten geblazen.

Een prachtige waarneming van een fraaie soort, dat maakt mijn dag alweer goed. Na een week wordt de zang van deze welkome zomergast niet meer gehoord, wat kan betekenen dat het zingende mannetje zonder succes onze bossen heeft verlaten. In het positieve geval heeft het zingen tot de komst van een vrouwtje geleid en zijn ze direct begonnen met broeden, wat ze opmerkelijk genoeg op de bosbodem doen. Dat laatste is natuurlijk een extra reden om het betreffende bosperceel niet te betreden, want zo’n nestje op de grond zie je natuurlijk zo over het hoofd. 

HOOP DOET LEVEN

Helaas zijn er de opeenvolgende weken geen tekenen meer geweest van de fluiter, laat staan van een gezinsuitbreiding. Hoop doet echter leven, wie weet is de fluiter geïnspireerd geraakt en zoekt hij de Scherpenzeelse bossen volgend jaar weer op. Tegen die tijd zal ik extra alert zijn op de opvallende zang van deze vogel: eerst stuiteren, dan fluiteren. Een prachtig en passend geheugensteuntje wat ik ooit heb geleerd van één van Scherpenzeels vogelaars van het eerste uur, Nico de Haan.

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie